In 2003 ging het al heel lang niet goed met mij en daarom hebben we gezocht naar een mogelijkheid, dat ik een poos uit kon rusten. Dat kon in het herstellingsoord “De Herberg”, waar ik 6 weken ben geweest.
Op 11 November kreeg ik mijn eerste BDE (een zeer korte), gevolgd door een 2e op 13 November. Deze BDE is mijn uitgebreidste en meest bijzondere BDE; dit is tevens de meest ingrijpende ervaring en heeft daardoor ook de grootste verandering in mijn leven gebracht van alle ervaringen die ik ook verder nog gehad heb.
Hieronder volgt een deel uit mijn dagboek, omdat daar het verhaal zo authentiek mogelijk staat.
11 Nov. 2003
‘k Heb van ong. kwart over 1 tot bijna 4 uur heel diep geslapen.
Ik sliep enorm diep; zó diep, dat het helemaal zwart om me heen was. Heel intens zwart. Zelfs je dromen zou je niet kunnen zien. Ik was heel ver weg. Tegen 4-en werd ik pas wakker; het licht kon ik niet verdragen en het duurde heel lang voordat ik überhaupt op kon staan.
Ik was er niet meer bij. Alles ging aan me voorbij. Ik voelde dat me iets heel bijzonders was overkomen, maar ik kon er niet de vinger op leggen, wat dat dan was geweest. Maar die duisternis voelde zó bijzonder… het gaf me rust, intense rust…en vooral veel liefde….
13 Nov. 2003
Half 8 wakker, lekker geslapen.
Wassen aankleden, oef, dat valt al weer tegen; val weer bijna flauw.
Half 10 huisvergadering, aansluitend thema-ochtend. Ik voel me erg onrustig, ik dreig weer van mijn stokje te gaan. Snel terug naar bed en snel gaan liggen.
Hugo kwam vragen hoe het ging en wilde de huisarts bellen, maar volgens mij was dat niet nodig; ik ben alleen verschrikkelijk moe….
Ik viel al snel weer in slaap, maar ook liggend bleef ik duizelig.
Het middageten werd op mijn kamer gebracht, maar oei, oei, oei, wat voelde ik me beroerd!
Alleen al rechtop zitten in bed was al verschrikkelijk. Mijn hart ging liggend al enorm tekeer; het leek of ik mijn hart kon hóren bonken maar dan buiten mezelf op een metertje afstand…
En het dreunde door mijn hoofd. Ik heb gehuild en gehuild van ellende.
Ik heb gebeden dat de vermoeidheid eruit mag komen, maar leuk is het niet.
Ik had me er aan overgegeven en nu moest ik het ondergaan… Oh, wat had ik gezegd….
Ik viel weer in een diepe, maar vreemde slaap. Er kwamen en gingen schaduwen over me heen en dan werd het weer lichter. Het was ook weer héél héél erg donker, maar niet beangstigend. Ik ervoer God’s aanwezigheid. Hij was bij me en ik vroeg ook of Hij bij me wilde zijn.
Een engel was ook goed. Jaren geleden, toen ik me ook heel eenzaam voelde, liet God me weten, dat je nooit alleen bent; er is altijd Iemand bij je. Toen was er een engel en ik zei nu ook tegen God, dat ik weet dat er minstens een engel bij me is; ook al zie ik hem nu niet; maar ik voelde hem wel….
Ook kwam er weer de vraag; “Stel”, dat je kon kiezen, zou je dan hier willen blijven of naar Boven komen? (In 1998 had ik de moeilijkste periode van mijn leven, omdat één van onze kinderen langdurig moest worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik was ook in die tijd uitgeput. In die tijd bracht ik ’s morgens de kinderen naar school en ging daarna terug naar bed. Ik zette dan de wekker, omdat ik anders niet op tijd wakker was om de kinderen weer open te doen, als ze thuiskwamen. Op een morgen hoorde ik in mijn slaapkamer ineens een stem die vroeg; “wat wil je, wil je Boven komen of hier blijven? ” Ik antwoordde toen; “ja, daág, dat kan toch niet, ze hebben me hier nog nodig….” God antwoordde toen: “je zult aan rustige wateren en aan grazige weiden komen(uit psalm 23) en ik ervoer heel sterk, dat God zelf voor onze zoon zou zorgen…. Nu kwam God dus terug op die vraag en ik antwoordde God, dat ik die vraag weer terug wil leggen bij Hem. Ik wil het niet meer zelf kúnnen beslissen. Maar ik wilde God wel laten weten, dat na alles wat wij in ons gezin hebben meegemaakt, bepaald niet bemoedigend voor ze is, áls Hij mij nu thuishaalt.
Maar ik legde het helemaal in Zijn Hand.
Eind van de middag had ik een gesprek met Annet; ik vertelde wat er allemaal gebeurde.
Ik zei nog, dat ik me dodelijk vermoeid voelde.
’s Avonds ook boven gegeten, wel aan bureau.
Daarna Chris en de kids gebeld
Beneden thee gedronken en daarna snel weer naar bed.
Eén gedachte kwam steeds in mijn hoofd;” de schaduwen des doods”.
Tijdens mijn “afwezigheid”, was ik eerst in een intens donkere omgeving; hoe groot het was weet ik niet. Maar ik voelde me dus niet angstig of alleen; ik wist zeker dat God bij me is; overal, dus ook hier. Ik voelde me daardoor ook heel erg rustig….
Opeens was ik in een grote lichte ruimte; ik stond als het ware op een plaats, waar je net binnenkomt; vlakbij de deur, maar die heb ik niet gezien en ik weet ook niet, of ik door een deur naar binnen ben gekomen; ik was gewoon daar.
Links van me was een soort afscheiding en links voor me waren een aantal soort engelen en voor me was naar mijn idee God zelf.
Ik was zóóóó welkom, alsof ik na een lange reis weer terug was van weggeweest. Ik hoorde helemaal bij hen, maar toch kon ik nóg geen deel uitmaken ván hen.
Ik voelde een enorme Liefde en Warmte en een intens gevoel van er volkomen jezelf te mogen zijn; hier hoefde je niets te verbergen… Ik werd er volkomen geaccepteerd zoals ik ben. Ik voelde me zelfs gelijkwaardig aan de engelen en God zelf….
Er was wel verschil in hen en mij, maar niet op een manier, zoals wij dat hier op aarde ervaren. Ik voelde me zelfs volkomen vrij om aan God te vertellen, wat ik vond. Toen Hij me vroeg, of ik wilde kiezen of ik Boven wilde blijven, of nog beneden blijven, durfde ik tot mijn grote verbazing gewoon te zeggen, wat ik vond.
Wel wilde ik heel graag de keuze bij God laten, wanneer Hij me thuis wil halen, maar de manier waarop dat ging, was heel bijzonder.
De communicatie ging ook heel apart; dingen die niet voor mij bestemd waren, die hoorde ik niet, maar ik zag wel, dat er communicatie was. De dingen die er tegen mij gezegd werden, die hoorde ik niet; ze werden niet hardop uitgesproken, maar toch wist ik wat er tegen me gezegd werd…
De “engelen” en “God” en zelfs ikzelf waren allemaal stralend wit; de hele ruimte was stralend wit; er waren geen schaduwen, maar het was niet oogverblindend. Toch kon ik geen gezichten zien van hen. Hier zou je dat als afstandelijk en onpersoonlijk ervaren. Maar dat was het Boven absoluut niet; eigenlijk had je geen gezicht nodig; ook geen vorm van een lichaam.
God betekent “IK BEN” en dat ervaarde ik daar ook je “bent”
De ruimte was heel groot; ik kreeg de indruk dat er een hele grote lichtkoepel overheen was, maar dan zonder glas; het was gewoon de open ruimte, maar toch leek het alsof je binnen was; het voelde heel beschut.
De schaduwen die over me heen gingen waren ook heel apart; ik lag in een kamer, waar geen zonlicht in kon komen op dat tijdstip, maar het leek, of de schaduwen die buiten door de bomen en wolken gingen voor mij binnen heel goed te merken waren…
Ik had wel graag nog dichter bij God willen komen, maar dat bleek niet te kunnen, omdat ik terug ging naar beneden. Het werd me ingegeven, dat dat nu niet goed voor me was.
Nu, een jaar later, denk ik, dat ik anders zo’n intense heimwee zou hebben gehad, als ik nog dichter bij Hem zou zijn geweest, dat ik het daardoor nu niet zou kunnen overleven zonder die enorme Liefdebron….
Desirée
(Namen zijn om privacy-redenen veranderd)
