Jaren geleden las ik het boek van Henri Nouwen over Adam, een zwaar gehandicapte jongen, die niet kon praten en alleen met zijn ogen kon communiceren.
Henri kreeg de opdracht om deze jongen te verzorgen, wat hij in het begin heel erg moeilijk vond. Wat moest hij met deze jongen aan? Maar langzamerhand ging hij Adam beter leren kennen; zijn manier van communiceren was dan wel niet met woorden, maar toch was er op andere manieren wel communicatie. Henri leerde die steeds beter kennen, en daarmee ging een nieuwe wereld voor hem open.
Later schreef Henri over deze tijd, dat hij van Adam heel veel heeft geleerd en ook over God. Hij leerde afstemmen op een ander en dat maakte deze periode in zijn leven heel erg waardevol.
Uit onderzoek onder mensen die in coma hebben gelegen, blijkt, dat mensen in hun coma niet kunnen reageren, maar wel dingen kunnen waarnemen. Daardoor is de behandeling van mensen die in coma liggen nu veranderd; er is een actieve aanpak. Het lichaam wordt bewogen en er wordt fysiotherapie gegeven, omdat het belangrijk is om “contact” te maken. Ook bij deze mensen is er dus wel degelijk contact mogelijk, alleen niet met woorden, wat voor ons de makkelijkste manier is.
Er zijn mensen die aan het eind van hun leven niet anderen tot last willen zijn en niet verzorgd willen hoeven worden door anderen. Als ze b.v. niet meer kunnen praten, zien, horen enz. of een combinatie hiervan, dan hoeft het voor hen niet meer.
Toch kan zo’n periode zó waardevol zijn. Communicatie die er was valt weg en er moeten nieuwe manieren gevonden worden. Lastig voor beide partijen, maar juist die nieuwe manier kan ook hele nieuwe terreinen openen, waar je nooit eerder in je leven iets mee hebt kunnen doen. Alleen al door te laten merken dat je, ondanks de beperkingen, graag contact wílt en daar dus moeite voor doet, groeit er verbondenheid.
Eén van onze kinderen had vroeger autistische problemen en was daarnaast in periodes ook psychotisch. We konden hem dan heel moeilijk bereiken. Zelfs fysiek konden we soms niet bij hem komen, omdat hij zo bang was en op alles met een nep-pistool of een voorwerp waarmee hij deed alsof het een geweer was, schoot.
Dat deed heel erg pijn, om niet bij je kind te kunnen komen, hoe goed je het ook bedoelde. Toch zijn we op zoek gegaan naar hoe we hem veiligheid en vertrouwen konden geven. Ik ben toen gaan proberen te begrijpen waarom hij zo “anders” reageerde en langzamerhand kon ik steeds beter inschatten, welke situaties voor hem zo moeilijk waren en naarmate het vertrouwen groeide konden we hem meer in woorden uitleggen, omdat hij sociale situaties niet begrijpen kon. Hij leerde niet door naar anderen te kijken, omdat hij in zijn eigen wereld zat. En die wereld begrepen wij niet goed en hij de onze niet…
Het is helemaal goed gekomen met hem; hij is nu bijna klaar met zijn opleiding en hij werkt daarnaast ook al. Hij heeft nog wel een achterstand weg te werken, maar die loopt hij wel in.
Toen hij 2 jaar was, was ik wanhopig in hoe ik met hem om moest gaan. Ik vroeg toen advies aan de “Grote Psychiater” en Hij gaf me als antwoord, dat ik náást hem mocht gaan staan, niet tegenóver hem. Dat advies is de sleutel geweest om hem verder te helpen.
Heel vaak worden mensen die niet helemaal aan de normen voldoen “afgekeurd” of aan de zijlijn geschoven. Maar inmiddels geloof ik, dat juist als je de moeite neemt om met iedereen om te kunnen gaan, dat je daar zo enorm veel van leren kunt. Sommige mensen zeggen wel eens, dat onze zoon boft met een moeder als ik. Maar eerlijk gezegd geloof ik daar niet meer in; ik denk dat het andersom is; ik heb heel veel van mijn kind geleerd, dingen die ik op geen andere manier kon leren, maar via hem wél. Het is zo’n lieve, vriendelijke, optimistisch, behulpzame jongeman geworden!
Ook in de maatschappij is het zo belangrijk, dat we elkaar een plek gunnen. God heeft ons allemaal gemaakt, er zit niemand tussen die niet gewenst is. Soms lijkt het er misschien wel op, maar het is echt een leugen.
Iedereen heeft gewoon een unieke plek en unieke dingen meegemaakt, waardoor juist jíj op die specifieke plek en in die unieke situatie van waarde bent.
Daarom hoef je ook niet meer jaloers te zijn op een ander, maar mag je leven in de zekerheid, dat je een doel hebt in je leven en die mag je zoeken en dan zul je hem ook vinden!! Het doel zie ik niet in de zin van b.v. een bepaalde baan of een leven als “moeder” , maar het doel heeft altijd een proces in zich. Je begint ergens en door de loop van de tijd groei je ergens naartoe. Maar dan heb je een innerlijk doel bereikt wat in de praktijk een bepaalde baan of hobby is geworden.
Als je echt op zoek moet naar elkaar om de ander te vinden, ga je verbondenheid ervaren met elkaar, soms door wanhoop heen! Als mensen een naaste gaan verliezen, wens ik hen altijd een bijzondere goede tijd met elkaar toe. Ik doel dan hierop; dat ze elkaar in die laatste weken, dagen of uren nog écht mogen ontmoeten! Van hart tot hart.
Diversiteit en variatie maakt het leven zo interessant en nooit saai, altijd in ontwikkeling. Dan hoef je ook niet bang te zijn voor verlies van bepaalde zaken of mensen, want ze horen bij die diversiteit. Het is dan ok, zoals het gaat, waarmee ik niet bedoel dat je geen rouw- of verliesgevoelens mag hebben, integendeel! Die heb je juist nodig om in andere fasen te kunnen komen. Rouw en het verdriet kunnen helpen om op een nieuwe manier verbondenheid te vinden met anderen.
God is Liefde en met die gedachte heeft Hij ons gemaakt, gewild en de levensadem ingeblazen… Daarom zijn we allemaal waardevol! En zo mogen we ook met elkaar omgaan; dat is feest!